BGT Objectenhandboek

ECGeo – richtlijnen voor inwinning en beheer
Terug naar startpagina

Kwaliteitskenmerken

Kwaliteitskenmerken van BGT-objecten: juistheid, volledigheid, nauwkeurigheid en actualiteit
Juistheid
98%
BESCHIKBAARHEID
99%
Nauwkeurigheid
30 cm
Actualiteit
Bouwwerken en BGT-wegdelen en -kunstwerken:
6 maanden na melding
Overige BGT-objecten:
18 maanden na melding
Volledigheid
- Opdelend: 100%
- Inrichtend: 98%

Toelichting kwaliteitskenmerken

Juistheid: De mate waarin de geregistreerde gegevens overeenkomen met de werkelijke situatie in het veld.

Beschikbaarheid: De mate waarin de gegevens toegankelijk en beschikbaar zijn voor gebruik op het juiste moment.

Nauwkeurigheid: De precisie van de geometrie en attributen van BGT-objecten, uitgedrukt in centimeters.

Actualiteit: De termijn waarbinnen gemelde wijzigingen in de BGT moeten zijn verwerkt. Voor bouwwerken, BGT-wegdelen en BGT-kunstwerken geldt 6 maanden na melding; voor overige BGT-objecten geldt 18 maanden na melding.

Volledigheid: De mate waarin alle noodzakelijke gegevens zijn opgenomen, met inachtneming van wettelijke vereisten en relevante objecten.

Afbakening

De afbakening van het wegdeel functie Fietspad volgt de landelijke BGT-regels, aangevuld met werkwijze en keuzes binnen ECGeo.

Wat hoort bij het fietspad?

  • Alle verharding die duidelijk als fietspad is aangewezen, inclusief kleine uitwijk- en verbredingsstukken.
  • De buitenzijde van de molgoot of opsluitband wordt als grens van het wegdeel gebruikt, zolang de hoogte nagenoeg gelijk is aan het fietspad.
  • Fysieke afscheidingen zoals berm, groenstrook, talud, hekwerken of verhoogde banden vormen de grens tussen fietspad en aangrenzende wegdelen of terreindelen.

Wat hoort niet bij het fietspad?

  • Fietsstroken op de rijbaan die alleen door belijning, kleur of symboliek zijn aangegeven.
  • Voetpaden, trottoirs en gemengde voetgangersgebieden: deze worden als eigen wegdeel- of terreindeeltype ingewonnen.
  • Kleine uitsparingen voor groen of bomen < 5 mΒ²: deze worden in principe niet apart als (begroeid) terreindeel vastgelegd; het wegdeel loopt daar kaarttechnisch door.

Aanvullende informatie

De kruinlijn moet bij het wegdeel worden opgenomen als de helling een verhouding heeft van verticaal:horizontaal van 1:4 of steiler en het hoogteverschil > 1 m bedraagt. Een van de zijden van het wegdeel valt altijd samen met de kruinlijn, zijnde bovenkant talud. Het gedeelte van een object dat op het talud ligt, is altijd een apart begrensd vlak ten opzichte van het deel van het object dat niet op het talud ligt.

Beheer

Gegevenskwaliteit en inwinning van fietspaden volgen de landelijke BGT- en IMGeo-eisen; voor operationeel beheer kan ECGeo eigen afspraken vastleggen.

Gebruik in beheer

  • Aanpassingen in fietsinfrastructuur (nieuw aangelegde of vervallen fietspaden) moeten worden verwerkt in de BGT.
  • Wijzigingen in verharding, breedte of tracΓ© kunnen invloed hebben op de segmentering en moeten worden beoordeeld in samenhang met aangrenzende wegdelen.
  • Beheerafdelingen (bijv. verkeer, wegbeheer, BOR) gebruiken de functie Fietspad als selectiecriterium in analyses zoals onderhoudsplanning, verkeersveiligheid, schoolroutes en fietsroutenetwerken.

Relaties

Een wegdeel met functie Fietspad staat in samenhang met andere BGT- en beheergegevens. Deze relaties zijn belangrijk voor toepassing in analyses en kaartproducten.

  • Wegas / wegbeheer – lijn- of asrepresentatie van de route waar het fietspad onderdeel van is.
  • Kunstwerkdeel – bijvoorbeeld brug- of tunneldelen waar het fietspad overheen of doorheen loopt.
  • Begroeid / onbegroeid terreindeel – aangrenzende bermen, taluds en groenstroken.
  • Ondersteunend wegdeel – verkeerseilanden, bermen en andere ondersteunende wegdelen grenzend aan het fietspad.
  • Wegmeubilair (in BOR of andere registraties) – palen, hekwerken, verkeersborden en markeringen gerelateerd aan het fietspad.
Gebruik deze relaties in analyses, bijvoorbeeld voor fietsroutenetwerken, onderhoudsplanning, verkeersveiligheid of toegankelijkheid (schoolroutes, snelfietsroutes, etc.).

Kwaliteitscontroles

Voor fietspaden gelden dezelfde landelijke kwaliteitsnormen als voor andere wegdelen in de BGT. ECGeo kan hiervoor aanvullende interne afspraken vastleggen.

Aspect Landelijke norm / NGdW ECGeo-richtlijn
Positionele nauwkeurigheid 30 cm; idealisatie 2–5 cm per punt Gelijk aan NGdW-afspraak voor wegdelen.
Actualiteit Bouwwerken en BGT-wegdelen en -kunstwerken: 6 maanden na melding.
Overige BGT-objecten: 18 maanden na melding.
Controleer of meldingen binnen de juiste actualiteitstermijn zijn verwerkt.
Idealiseringsprecisie 2–5 cm Volgt landelijke IMGeo-afspraken voor wegdelen.
Controlepunten:
  • Functie Fietspad is alleen gebruikt wanneer sprake is van een fysiek gescheiden fietspad.
  • Segmentering sluit aan bij wijzigingen in fysiek voorkomen en relevante beheergrenzen.
  • Relaties met aangrenzende weg- en terreindelen zijn topologisch correct (geen gaten of overlappen).